Haptonomie is de 'leer' van het 'aanraken'. De term komt van het griekse haptein (aanraken) en haptos (tastbaar) en nomos (regel, ordening). Als haptotherapeut help ik je om een gezonde balans te vinden tussen voelen, denken en doen.
De belangrijkste voorwaarde is de volledige aanwezigheid van mij als therapeut bij jou als cliënt. We gaan in de sessies kijken naar hoe jij in contact kan blijven met jezelf, terwijl je ook het contact met mij houdt. Een veilige setting is essentieel en daarvoor is zorgvuldige afstemming een vereiste.
Het is geen gegeven dat een setting voor jou als cliënt altijd veilig 'voelt'. Want helaas zijn velen van ons opgegroeid in een omgeving waarin die veiligheid niet altijd vanzelfsprekend was. Het klinkt misschien wat tegenstrijdig, maar juist als dat onveilige gevoel er mag zijn, kun je dit in jezelf helen. Daarbij help ik je stapje voor stapje, in jouw tempo.
Voorbeeld:
Amanda komt mijn praktijkruite binnen. Ze geeft me een hand en kijkt me even kort aan, maar maakt niet echt oogcontact. Ze gaat tegenover me zitten met haar benen over elkaar en haar handen rusten op haar knieën. Ze kijkt afwachtend. In het gesprek dat volgt geeft ze aan dat ze het lastig vindt om relaties aan te gaan. En als ze dat wel doet, dan duren deze nooit lang.
Als ik haar vraag hoe haar thuissituatie was toen ze klein was, vertelt ze dat er veel agressie was. Zowel fysiek als mentaal. Haar ouders schuwde een 'corrigerende tik' niet. In de eerste paar sessies werken we alleen met zogenaamde naderingsoefeningen. Zodat Amanda langzaamaan kan wennen aan ons contact. Ik blijf zorgvuldig afgestemd en ze kan me steeds dichterbij laten. Pas in een vijfde sessie kunnen we naast elkaar op de behandelbank zitten waarbij onze schouders elkaar raken.
Amanda merkt dat als ze haar grenzen duidelijk kan voelen en kan aangeven, ze zelfverzekerder wordt in het contact met anderen.
Door het eerste contact goed te observeren en te luisteren, wordt het voor mij duidelijk dat Amanda vanuit haar hoofd verbindingen maakt met anderen. Ze vindt dat ze anderen dichtbij moet kunnen laten, dus haar grenzen worden vooral bepaald door haar hoofd. In de oefeningen die we doen, komt ze er langzaam maar zeker achter, dat haar lijf veel eerder dan haar hoofd 'nee' zegt. Door daar meer naar te leren luisteren, verliest ze zichzelf niet meer in het contact met anderen.